Bezonning studie, bezonning online tool, online schaduw calculator, schaduw in mijn tuin, mijn huis zon en schaduw, 3d model gratis zonnetool, rappot bezonning online

Bezonningsstudie: wanneer heb je er één nodig?

De buurman wil een dakopbouw. Jij rekent uit dat jouw woonkamer daarmee de hele winter in de schaduw komt te liggen. Of je bent zelf de ontwikkelaar en de gemeente stuurt je plan terug met één zin: "Wij ontvangen graag een bezonningsstudie."

In beide gevallen komt dezelfde vraag op tafel. Wat is dat precies, wanneer is het verplicht, en wat kost het je?

Het antwoord begint met iets dat veel mensen verrast: er is geen landelijke wet die bezonning voorschrijft.

Er staat geen bezonningsnorm in de wet

Zoek in het Besluit bouwwerken leefomgeving naar een minimum aantal zonuren en je vindt niets. Bezonning is niet landelijk geregeld, en dat is nooit anders geweest.

Wat er wel is, zijn richtlijnen van TNO uit 1960, oorspronkelijk opgesteld als onderdeel van het woningwaarderingsstelsel. Die richtlijnen zijn nooit wet geworden, maar zijn in de praktijk wel de standaard geworden waar iedereen naar verwijst. Het Informatiepunt Leefomgeving beschrijft ze als de gangbare toets.

Gemeenten pakken dat op verschillende manieren op. Sommige leggen de TNO-norm vast in hun omgevingsplan of in een beleidsregel. Andere hebben een eigen afwegingskader gemaakt. Weer andere hebben helemaal niets vastgelegd en beoordelen per geval.

Dat maakt de eerste stap altijd hetzelfde: kijk wat jouw gemeente hanteert voordat je iets laat maken. Een studie die getoetst is aan de strenge norm terwijl de gemeente de lichte hanteert, is weggegooid geld. Andersom is nog vervelender.

Bezonning studie, bezonning online tool, online schaduw calculator, schaduw in mijn tuin, mijn huis zon en schaduw, 3d model gratis zonnetool, rappot bezonning online

Wanneer vraagt de gemeente erom?

In de praktijk komt de vraag om een bezonningsstudie in deze situaties naar boven.

Bij een bouwplan dat afwijkt van het omgevingsplan. Ga je hoger, dieper of dichter op de erfgrens bouwen dan is toegestaan, dan moet de gemeente afwegen of dat aanvaardbaar is. Schaduwhinder bij de buren is daarin een standaard afwegingspunt.

Bij nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied. Appartementen, een woontoren, transformatie van kantoor naar woningen. Vrijwel altijd wordt hier om een bezonningsstudie gevraagd, zeker als er woningen omheen staan.

Bij een dakopbouw of extra bouwlaag. Vooral in rijtjes en aaneengesloten bebouwing, waar een opbouw direct effect heeft op de buren aan de noordzijde.

Na een zienswijze of bezwaar van omwonenden. Hier begint het net zo vaak. Een buurt maakt bezwaar op grond van schaduwhinder en de gemeente vraagt de initiatiefnemer om het te onderbouwen.

Bij grote bijgebouwen, schuttingen en erfafscheidingen. Minder vaak, maar in een smalle achtertuin kan een hoge schutting het verschil maken.

Onder de Omgevingswet heet het toetsingskader een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In gewone taal: de gemeente moet aantoonbaar de belangen hebben afgewogen. Een bezonningsstudie is het bewijsstuk voor het belang van de buren.

Wat zit er in een bezonningsstudie?

Een bruikbare studie bevat altijd dezelfde onderdelen.

Een 3D-model van de bestaande situatie. Alle omliggende bebouwing met de juiste hoogtes en dakvormen, op het werkelijke maaiveld. Fout hier werkt door in alles wat volgt.

Een 3D-model van de nieuwe situatie. Hetzelfde model, met het bouwplan erin.

Toetspunten op de relevante gevels. Dit is het punt waar de zonuren geteld worden. Gevels die geen zon kunnen ontvangen, zoals een pure noordgevel, doen niet mee.

Een berekening van de zonuren per toetsdatum. Voor elk toetspunt wordt bepaald hoeveel uur de zon er theoretisch op kan schijnen, op een aantal vaste data door het jaar.

Een vergelijking voor en na. Dit is waar het echt om gaat. Niet of er genoeg zon is, maar hoeveel je bouwplan er afhaalt.

Een toetsing en conclusie. Voldoet het aan de norm die de gemeente hanteert, en zo niet, hoeveel scheelt het.

Vaak worden er ook schaduwbeelden of animaties bijgeleverd. Die overtuigen omwonenden meestal beter dan een tabel, maar ze vervangen de berekening niet.

Hoe wordt er getoetst?

Kort samengevat: er wordt gekeken hoeveel uur per dag de zon een toetspunt kan bereiken, op een aantal data verspreid over het jaar. De lichte TNO-norm vraagt om minimaal twee uur per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober. De strenge norm vraagt drie uur per dag over een langere periode, van 21 januari tot 22 november.

Er zitten flink wat details in die het resultaat maken of breken: waar precies het meetpunt ligt, of zonuren mogen worden opgeteld over meerdere ramen, en of er een ondergrens aan de zonhoogte geldt. Dat werken we uit in TNO-norm bezonning uitgelegd.

Wat kost het?

Een bezonningsstudie bij een adviesbureau ligt doorgaans tussen de €750 en €2.500, afhankelijk van de omvang van het plan, het aantal woningen dat je moet toetsen en of er animaties bij moeten. Voor een grote binnenstedelijke ontwikkeling loopt dat verder op.

Het grootste deel van dat bedrag zit niet in de berekening zelf. Het zit in het opbouwen van het 3D-model van de omgeving. Iemand moet de buurpanden natrekken, hoogtes opzoeken, het maaiveld erbij halen en alles op de goede plek zetten.

Precies die stap is inmiddels te automatiseren. Alle gegevens die je ervoor nodig hebt zijn open data en liggen klaar.

Zelf een eerste check doen

Voordat je een bureau inschakelt, wil je weten of er überhaupt een probleem is. Met de Bezonningstool doe je die check zelf.

Je voert een adres in en de omgeving wordt automatisch opgebouwd: de omliggende panden met hun echte dakvormen, op het werkelijke maaiveld. Daarna teken je het bouwplan erin, of haal je juist een pand weg als je een sloop- of nieuwbouwscenario wilt zien.

Met de zonneklok schuif je door maand, dag en tijdstip, en beweegt de schaduw live mee. De toetspunten worden automatisch op de gevels gezet, op 0,75 meter hoogte, en de gevels die geen zon kunnen ontvangen worden buiten beschouwing gelaten. Je ziet per punt hoeveel bezonningsuren er zijn en of dat voldoet aan de lichte of de strenge norm.

Verkennen en rekenen is gratis. Je betaalt pas op het moment dat je er een rapport van wilt hebben.

Open de Bezonningstool

Wanneer je alsnog een bureau nodig hebt

Wees eerlijk over de grenzen. Een geautomatiseerde toets werkt met landelijke, afgeleide gebouwmodellen. Dat is prima voor een verkenning, een onderbouwing bij een overzichtelijk plan en voor het gesprek met je buren of de gemeente.

Het is niet genoeg als:

  • de maatvoering ter discussie staat. Bij een verschil van tientallen centimeters op de erfgrens wil je een inmeting.
  • het plan complex is. Een woontoren met terugliggende bouwlagen, luifels en balkons vraagt om een echt ontwerpmodel, niet om een massamodel.
  • er al een juridische procedure loopt. Dan wil je een rapport met een naam en een handtekening eronder.
  • de gemeente een eigen afwegingskader hanteert met criteria die verder gaan dan zonuren.

In die gevallen bespaart de eerste check je nog steeds tijd en geld, omdat je precies weet welke vraag je aan het bureau moet stellen.

Bezonning studie, bezonning online tool, online schaduw calculator, schaduw in mijn tuin, mijn huis zon en schaduw, 3d model gratis zonnetool, rappot bezonning online

Veelgestelde vragen

Is een bezonningsstudie wettelijk verplicht?

Nee. Er is geen landelijke norm voor bezonning. De gemeente kan er wel om vragen als onderbouwing bij een bouwplan dat afwijkt van het omgevingsplan, en doet dat in de praktijk regelmatig.

Welke norm geldt bij mijn gemeente?

Dat verschilt. Veel gemeenten hanteren de lichte TNO-norm, sommige de strenge, en een aantal grote steden heeft een eigen afwegingskader. Vraag het na bij de behandelend ambtenaar voordat je iets laat maken.

Kan ik als omwonende zelf een bezonningsstudie inbrengen?

Ja. Bij een zienswijze of bezwaar mag je zelf onderbouwen wat het plan met jouw bezonning doet. Een eigen berekening maakt je bezwaar aanzienlijk concreter dan de mededeling dat het donkerder wordt.

Telt de zon in mijn tuin ook mee?

Voor de TNO-norm niet. Die kijkt naar de gevel en de raampositie van de verblijfsruimte, niet naar het buitenterrein. Tuinbezonning wordt wel vaak apart in beeld gebracht, omdat het voor bewoners zwaar weegt.

Hoe lang duurt het?

Bij een bureau reken je op één tot drie weken, afhankelijk van de drukte en de complexiteit. Een eigen eerste check heb je in een kwartier.


De Bezonningstool is onderdeel van Scan, het toolplatform van dB Brothers, akoestisch adviesbureau in Hedel. De berekening volgt de methodiek uit het oorspronkelijke TNO-rapport. Het model is gebaseerd op landelijke open data en is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten