Je downloadt een 3D-model van een wijk en krijgt een verzameling schoenendozen. Of je downloadt hetzelfde gebied nog een keer en je computer kreunt onder een model van 400 megabyte met dakkapellen die je toch niet gebruikt.
Beide keren heb je hetzelfde bestand gepakt, alleen een ander detailniveau. Dat detailniveau heet Level of Detail, afgekort LoD, en het bepaalt of je model bruikbaar is of alleen maar in de weg zit.
Bij 3DBAG kies je uit vier niveaus. Wat het verschil is, en wanneer je welke pakt, leggen we hier uit.
Waar komt 3DBAG vandaan?
3DBAG is geen zelfstandige inmeting. Het is een slimme combinatie van twee bestaande landelijke bestanden.
De BAG levert de plattegrond van elk pand in Nederland: de exacte omtrek, plus bouwjaar en gebruiksdoel. Wat de BAG niet weet, is hoe hoog een gebouw is.
Het Actueel Hoogtebestand Nederland levert dat wel. Vanuit een vliegtuig is heel Nederland met een laser afgetast. Elke laserpuls die terugkaatst wordt een punt met een hoogte.
Onderzoekers van de TU Delft snijden die puntenwolk op langs de BAG-plattegronden en leiden daar per pand een 3D-vorm uit af. Hoe fijn ze dat doen, bepaalt het LoD-niveau.
Dat is meteen belangrijk om te weten: een 3DBAG-gebouw is een afgeleide, geen meting van de gevel. Dat heeft gevolgen voor waar je het wel en niet voor kunt gebruiken.
De vier niveaus op een rij
LoD 0 is geen 3D-model maar de platte plattegrond met hoogtes als eigenschap. Handig als je zelf wilt extruderen of alleen wilt weten hoe hoog iets is. Voor visualisatie heb je er niets aan.
LoD 1.2 is het blokmodel. De plattegrond wordt recht omhoog getrokken tot één hoogte, met een plat dak erop. Het simpelste model dat er is: klein, snel en overal mee overweg te gaan. Een kerk met een spits wordt hier een doos.
LoD 1.3 gaat een stap verder. De plattegrond wordt opgedeeld in delen die elk hun eigen hoogte krijgen. Een woning met een lagere aanbouw krijgt dus twee blokken in plaats van één gemiddelde hoogte. De daken zijn nog steeds plat, maar de hoogtesprongen in het gebouw kloppen.
LoD 2.2 heeft echte dakvormen. Schuine dakvlakken, zadeldaken, lessenaarsdaken, samengestelde vormen. Dit is wat je model er herkenbaar uit laat zien en wat je nodig hebt zodra schaduw of geluid meedoet.
Wat je in geen enkel niveau krijgt: dakkapellen, erkers, schoorstenen, balkons en gevelindeling. Ramen zitten er niet in. Dat is geen tekortkoming maar een keuze, want die informatie zit simpelweg niet betrouwbaar in een puntenwolk vanuit de lucht.
Wanneer welk niveau?
Het gaat niet om "hoe hoger hoe beter". Het gaat om wat je met het model doet.
Kies LoD 1.2 als je een groot gebied nodig hebt en het model vooral als achtergrond dient. Een hele wijk of een stadsdeel op LoD 2.2 is zwaar en levert je niets extra's als de panden toch alleen als silhouet in beeld komen. Ook prima voor een eerste volumecheck of een stedenbouwkundige massastudie.
Kies LoD 1.3 als je met gebouwvolumes rekent en de bouwmassa moet kloppen. Denk aan een indicatieve bezonningstoets of een windstudie, waar de hoogtesprongen wel uitmaken maar de precieze dakhelling niet.
Kies LoD 2.2 als de dakvorm het resultaat beïnvloedt. Dat is het geval bij:
- Bezonning en schaduw. Een zadeldak werpt een heel andere schaduw dan een plat dak van dezelfde nokhoogte. Op LoD 1.2 overschat je de schaduw structureel, omdat het hele volume tot de nok wordt doorgetrokken.
- Geluidsberekeningen. Gebouwen schermen geluid af. De hoogte van de afscherming op de plek waar de geluidsstraal passeert bepaalt de reductie, en die hoogte klopt op een blokmodel niet.
- Zonnepanelen en dakoppervlak. Zonder dakvlakken kun je geen oriëntatie en helling bepalen.
- Visualisaties en renders. Hier is het simpelweg het verschil tussen geloofwaardig en niet.
Kies LoD 0 als je alleen een hoogtekaart of een analyse in 2D nodig hebt.
Waar je tegenaan loopt
Een paar dingen die je bespaart als je ze vooraf weet.
Hoogtes zijn NAP-hoogtes. De hoogte van een 3DBAG-pand is absoluut, niet gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse. Zet je zo'n pand op een terreinmodel zonder om te rekenen, dan zweeft het of zakt het weg. In hellend gebied is dat direct zichtbaar.
Sloop en nieuwbouw lopen achter. De bronbestanden worden periodiek geactualiseerd, niet realtime. Een pand van vorig jaar kan ontbreken. Controleer bij een plan waar de buurpanden ertoe doen even de luchtfoto.
Niet elk pand heeft LoD 2.2. Bij afwijkende, zeer kleine of ingewikkelde panden lukt de dakreconstructie niet altijd. Je model moet daar netjes op terugvallen naar een lager niveau in plaats van een gat te laten.
Holle dakvlakken zijn lastig. L-vormige of getrapte dakvlakken gaan mis met een simpele driehoeksverdeling: je krijgt vlakken die dwars door het pand steken. Zie je zulke spookvlakken, dan zit het probleem in de verwerking, niet in de brondata.
Groot detail is groot bestand. Een straal van 500 meter in de binnenstad op LoD 2.2 loopt makkelijk in de duizenden panden met tienduizenden dakvlakken. Kies je detailniveau daarom samen met je straal, niet los ervan.
Zo kies je in de praktijk
In het Omgevingsmodel hoef je hier niet vooraf over te beslissen. Je laadt je gebied, wisselt van detailniveau en ziet direct in 3D wat het doet met je model. Blokken, globale daken of de volledige dakgeometrie: je klikt ertussen en kiest wat past.
Wat de tool voor je afhandelt zijn precies de valkuilen hierboven. De panden worden op de juiste NAP-hoogte op het terrein gezet, ontbrekende dakreconstructies vallen netjes terug op een lager niveau, en de triangulatie gaat om met holle dakvlakken zonder spookvlakken.
Bekijken en wisselen is gratis. Je betaalt pas als je downloadt, en het detailniveau heeft geen invloed op de prijs. Die hangt alleen af van de straal.
Bekijk je eigen omgeving in 3D
Meer weten over de onderliggende data?
Welke bestanden er nog meer meedoen in een compleet omgevingsmodel, en hoe terrein, ondergrond en objecten op elkaar aansluiten, staat in 3D-omgevingsmodel maken uit open data.
Wil je meteen zien wat het detailniveau doet in een berekening, kijk dan bij de Bezonningstool voor schaduw, de Geluidsscan voor afscherming, of de Zichtscan om er gewoon even doorheen te lopen.
Veelgestelde vragen
Wat betekent LoD precies?
Level of Detail, oftewel detailniveau. Het geeft aan hoe fijn een 3D-gebouw is opgebouwd. Bij 3DBAG loopt dat van LoD 0 (plattegrond met hoogte) tot LoD 2.2 (echte dakvormen).
Zitten er ramen en deuren in?
Nee. Geen enkel 3DBAG-niveau bevat gevelindeling, ramen, deuren, dakkapellen of erkers. Heb je dat nodig, dan is een inmeting of een fotogrammetrisch model de aangewezen weg.
Is LoD 2.2 nauwkeuriger dan LoD 1.2?
Vormgetrouwer, ja. Maar de onderliggende meetnauwkeurigheid is dezelfde: beide komen uit dezelfde puntenwolk en dezelfde plattegrond. LoD 2.2 benut die gegevens alleen fijner.
Kan ik LoD 2.2 gebruiken voor een officieel rapport?
Als context- en rekenmodel wordt het breed geaccepteerd, bijvoorbeeld voor bezonnings- en geluidsstudies. Als maatvoering voor de gevel niet. Zijn de exacte gevelmaten bepalend, laat dan inmeten.
Hoe vaak wordt 3DBAG bijgewerkt?
Periodiek, gekoppeld aan nieuwe versies van de bronbestanden. Reken erop dat zeer recente bouw of sloop nog niet verwerkt is.
Het Omgevingsmodel is een tool van dB Brothers, akoestisch adviesbureau in Hedel. De gebouwgeometrie komt uit 3DBAG, afgeleid van BAG en AHN via PDOK. Het model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid en geen inmeting.